Kinderen in Nederland spelen minder buiten dan enkele jaren geleden. Dit blijkt uit het Onderzoek Buitenspelen 2026 van Jantje Beton.
Buitenspelen
Meer dan de helft van de kinderen in Nederland wil vaker buitenspelen dan nu het geval is. Maar liefst 55 procent geeft aan meer naar buiten te willen. In de praktijk blijft deze wens echter vaak onvervuld. De belangrijkste reden hiervoor is opvallend simpel: er zijn te weinig andere kinderen buiten. 42 procent noemt het gebrek aan speelmaatjes als voornaamste drempel. Dit creëert een vicieuze cirkel. Als er weinig kinderen buiten zijn, voelt buitenspelen minder vanzelfsprekend en minder veilig, waardoor nog meer kinderen binnen blijven.
Veiligheid
Veiligheid speelt ook een belangrijke rol. Ruim zestig procent van de ouders vindt buitenspelen soms gevaarlijk. Onder kinderen zelf ligt dat percentage lager: één op de drie ervaart buitenspelen soms als eng of onveilig. Opmerkelijk is dat kinderen denken dat hun ouders buitenspelen nóg gevaarlijker vinden dan zijzelf. Intussen blijft binnenspelen aantrekkelijk; een derde van de kinderen noemt leuk speelgoed en spelletjes binnen als reden om niet naar buiten te gaan, al daalt de voorkeur voor digitale speelmogelijkheden licht ten opzichte van 2024.
Directe gevolgen
“Kinderen willen vaker naar buiten, maar lopen vast in een omgeving waarin buitenspelen niet vanzelfsprekend is,” zegt de directeur-bestuurder van Jantje Beton. Volgens de organisatie heeft minder buitenspelen directe gevolgen voor fysieke en mentale gezondheid, sociale ontwikkeling en weerbaarheid, vooral bij kinderen in kwetsbare situaties. De voorzitter van Spelen & Bewegen benadrukt dat ook ouders, scholen en kinderopvang een cruciale rol spelen. Door speelplekken slim en veilig in te richten en patronen te doorbreken, kan buitenspelen weer de norm worden voor een gezonde generatie.

