Onterecht ontslag leidt tot aanzienlijke schadevergoeding
Een bouwmaterialenhandel is verplicht om een medewerker die onterecht op staande voet is ontslagen, meer dan 23.000 euro te betalen. Dit blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam, waarbij wordt benadrukt dat werkgevers voorzichtig moeten zijn met het toepassen van ontslag op staande voet.
Rechter stelt ontslag niet rechtmatig vast
De medewerker, die sinds 2020 als magazijnmedewerker werkt, meldde zich in maart 2025 ziek vanwege energieklachten. Na enkele maanden begon hij op advies van de bedrijfsarts met re-integratie. Toen hij tijdens een streekfeest in een café was gezien, waar hij als vrijwilliger hielp, vond de werkgever dit onacceptabel. De werkgever ontsloeg de medewerker hierop op staande voet.
De kantonrechter verwierp dit ontslag, wijzend op het feit dat nevenactiviteiten tijdens ziekte niet automatisch zijn verboden. De beoordeling of deze activiteiten de re-integratie belemmeren, hangt af van de medische situatie van de werknemer, aldus de rechter. De werkgever had eerst de bedrijfsarts moeten raadplegen, in plaats van zelf conclusies te trekken.
Financiële gevolgen van onverstandige ontslagbeslissing
Hoewel de werknemer instemt met het ontslag, ontvangt hij recht op diverse vergoedingen, waaronder een transitievergoeding en schadevergoeding. Inclusief juridische en proceskosten, komt het totaalbedrag dat de werkgever moet betalen op ruim 23.000 euro.
Deze uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij het omgaan met zieke medewerkers. Verontwaardiging alleen is onvoldoende voor een ontslag op staande voet. Zonder een medisch oordeel van een bedrijfsarts en zonder het overwegen van lichtere maatregelen, is de kans groot dat een ontslag op staande voet niet standhoudt, wat aanzienlijke kosten kan met zich meebrengen.

