Woninginbraken in Nederland dalen, maar stijging in Breda
Voor het dertiende jaar op rij is het aantal woninginbraken in Nederland gedaald. Echter, in de gemeente Breda is er een stijging van 4 procent gemeld. Slachtoffers van inbraak maken weinig kans dat de dader gepakt wordt: in slechts 6,2 procent van de gevallen wordt de dader gevonden.
Regionale verschillen in inbraken
In Flevoland en Noord-Limburg is er een significante afname van inbraken, terwijl in Twente, Noord-Groningen en een groot deel van Zeeland juist een stijging te zien is. De grootste relatieve afname werd genoteerd in de gemeenten Edam-Volendam, Hattem en Veere, met een daling van 67 procent. In gemeenten zoals Voerendaal, Alphen-Chaam en Reusel-De Mierden zijn de inbraken bijna verdriedubbeld. Amsterdam was de plek met de meeste inbraken, met een totaal van 2065 meldingen.
Lage kans op oplossing
De kans dat inbrekers worden gepakt, is klein. Landelijk is dat iets meer dan 4 procent. In bijna 60 procent van de gemeenten wordt geen enkele inbraak opgelost. In Breda ligt dat percentage op 6,2. Het aantal opgeloste zaken is echter gedaald van 2380 naar 1435, een afname van 40 procent, wat suggereert dat inbraken minder prioriteit krijgen bij de politie.
Gebrekkige beveiliging bij inwoners
Uit eerder onderzoek blijkt dat 40 procent van de Nederlanders geen anti-inbraakmaatregelen heeft getroffen. Een klein percentage maakt het inbrekers wel heel gemakkelijk. Zo geeft één op de achttien aan de voordeur meestal niet op slot te doen wanneer ze weggaan, en één op de elf doet dit zelfs ’s nachts niet. Ook verbergt één op de zes mensen nog steeds hun sleutels onder een bloempot of deurmat.
Deskundigen waarschuwen voor de gevolgen van dergelijke nalatigheid. Verzekeraars keuren vaak schade af als er geen braaksporen zijn. Dit betekent dat wie zijn deur niet op slot doet, zelf verantwoordelijk kan worden gehouden voor de schade bij inbraak.

